|
| ||||||||||||
|
| WONEN |
| WERKEN |
| VRIJE TIJD |
| ALGEMEEN |
| ORGANISATIE |
| ACTUEEL | |
|
|
|
|
historiek
Dagbesteding in Den Dries:Een verhaal van veranderen, (re-)organiseren, en vooral... evoluerenBegin jaren 80: DoornzeleDit werd ook wel het Kasteeltje genoemd.1 team deed alles. Er bestonden wel werkgroepjes die konden wijzigen. WAT?»» Geen scheiding tussen wonen en dagbesteding (DB).
Eind jaren 80: Doornzele en Ertvelde2 groepen: A en B (het 'hoger niveau').WAT?»» Scheiding wonen - DB: eerste stappen voor B.
WAAROM?Scheiding: activiteitenbegeleider werd een specialisme, dus betere activiteiten.HOE?Sterk aanbodgericht: ateliermedewerker bepaalde wat in de ateliers aan bod zou komen.1992: VERHUIS naar BolwerkstraatWAT?
WAAROM?
HOE?
Het aanbod was vast, elk lokaal was ingericht voor een specifiek atelier. In het kookgroepje werd elke voormiddag soep gemaakt. Op basis van het sollicitatiegesprek van nieuwe ateliermedewerkers en hun interesses werd een aanbod gecreëerd. Vb. ik als nieuwe medewerker hou van artistiek bezig zijn, dus werd in 1994 een kunstatelier opgericht. In het begin werd de opvang voor mensen met een handicap volledig gezien als wonen en bezig zijn op een zinvolle manier.
Wanneer je de dagbesteding organiseert vanuit het wonen, lijkt elk initiatief rond dagbesteding ten koste te gaan van het wonen.
Vanuit de dagbesteding werd soms 'babysit' georganiseerd in de leefgroep, waarbij iemand vanuit de dagbesteding aanwezig was in de leefgroep.
Half jaren 90: het VOTA-modelWAT?
De verlofkaart was ook een middel om op het individuele in te spelen en kan worden gezien als een eerste emancipatorisch instrument. »» Bedoeling was om van het groepsgerichte naar het meer individuele te gaan. Kenmerken van 'arbeid'?
We gingen kijken naar de kenmerken van arbeid zoals dit voorkomt in de maatschappij.
WAAROM?
HOE?
Mei 1996: WippelgemWAT?
De vrijgekomen lokalen werden bijna onmiddellijk omgedoopt in een speel-o-theek, spiegellokaal, café en kookgroepje. 1999: beleidslijnenDe opdrachtsverklaring werd opgesteld, zoals die nu ook nog bestaat.
Concretisering
WAAROM?Grotere betrokkenheidGrotere verantwoordelijkheid Grotere efficiëntie / kwaliteit van het werk Een zelfregulerend team vraagt open communicatie. Dit is nu nog steeds niet makkelijk. Kortere beslissingslijnen: vb. bij een uitgave boven 1000 BEF moest je eerst toestemming van Luc Verbeke krijgen. Nu wordt grotendeels zelf het budget bepaald. Financiële besparing (op termijn) Vorming en groeikansen Beter organisatieklimaat vb. bespreking van problemen van ene cluster, niet noodzakelijk beluisterd door mensen van een andere cluster. Er werd meer efficiënt georganiseerd. VOORWAARDEN?Voorkoppelen: als je zelfregulerend werkt, werk je binnen een bepaald kader. Wanneer je denkt dat je buiten dit kader gaat treden, bespreek je dit met je direct leidinggevende.Doelmatigheid meten vb. doelstellingen in jaarverslag formuleren en evalueren. Constructieve feedback kunnen geven is als houding van elk teamlid zeer belangrijk voor het goed functioneren van zelfregulerend team. Dit wordt dan ook van iedereen vereist. Leiding (staf) moet er achter staan. Elk autonoom team groeit op zijn manier: elke cluster heeft het recht op een eigen manier te groeien. Vb. het ene team kan rijp zijn om meer verantwoordelijkheid en initiatief te nemen, terwijl ander team doe stap (nog) niet zet. 2000: Het grote magazijn en Begeleid Werk
Identificatie
PraktischVeranderen van job?Een bewoner kan op elk moment solliciteren. Wanneer de bewoner daar hulp voor nodig heeft, kan de persoonlijke begeleider hierin ondersteunen vb. voor het formuleren van de vraag. (zie ook jaarverslag 2003) In 2004 wordt gewerkt naar een jobkrant met vrije vacatures. In het najaar 2004 komt er ook een kennismakingsmoment waarbij bewoners een beeld wordt geschetst van de ateliers zoals ze nu bestaan.
Verlofkaart
Vervoer
Overleg
Voorbereidingen
Vrijwilligers
Clusters binnen de dagbestedingZie verslagen clusters.Dagbesteding in de toekomst
Tot slotBij het overlopen van de resultaten van de jobbeurs viel op dat semi door 75% van de bewoners werd gekozen. Dit zijn vooral mensen met nood aan structurering en repetitieve handelingen. Crea-ateliers werden daarom afgeschaft. Om de bewoners toch een verrijkende omgeving en atelier te bieden, worden nu projecten opgestart. Zowel begeleiders van het atelier als woonbegeleiders kunnen vragen van bewoners naar atelierbegeleiders richten.Persoonlijke begeleiders: vraag overleg en communicatie met de atelierbegeleiders. Organiseer zelf overleg! Bedoeling van dit infoteam was vooral: ken de structuur en weet hoe je in die structuur kan werken of evt. veranderingen kan aanvragen.
De Verfplek
Clusters binnen de dagbestedingVerslagen per clusterDe TakkelingBij de aankoop van de grond van Den Dries bleek dat er een stukje landbouwgrond naast lag dat te koop was voor een appel en een ei. Dit was een buitenkans. Op die manier kon er een toegang gemaakt worden voor de brandweer aan de achterkant van de home. (dat is de reden waarom de poort daar niet op slot mag en er niks in de weg mag gezet worden voor eventueel aanstormende brandweerwagens)Maar wat veel belangrijker is: Den Dries had een stukje grond waar één of ander project kon uitgebouwd worden: een speeltuintje waar kinderen uit de buurt onze gasten konden ontmoeten of eventueel een boerderij of misschien kon een landbouwer uit de buurt er wel dieren zetten. Er werd druk gezocht naar sponsors voor een boerderijprojekt. Eric startte het project samen met Karel De Corte. We kregen drie schapen en vier ganzen. Marnix kwam na drie maand in de plaats van Eric en bouwde het eerste stalletje voor de schapen. Na een paar maanden vond ook hij ander werk.
We werkten met verschillende bewoners volgens een flexibel programma. We hadden echter niets om te schuilen en werkten in weer en wind, zelfs in de gietende regen en bij tien graden onder nul. Er was wel een lokaaltje, waar nu de senso is, om soep en koffie in te drinken. Rond de boerderij werden inheemse bomen aangeplant om wat meer groen te creëren. Op die manier ontstond de wandelgang: een hakhoutrij met inheemse bomen en planten. De bomen worden regelmatig gekapt om te gebruiken als palen of brandhout. De bewoners klieven het hout zelf. Nu zijn we de wandelgang aan het uitbouwen tot sensopad waar zwakkere bewoners al wandelend sensopatische indrukken kunnen opdoen. Maar we zaten eigenlijk nog in het jaar 1994. Er werden subsidies gegeven door de provincie Oost-Vlaanderen voor het bouwen van een boederijgebouw. In de zomer van '94 is het gebouw dan na zeer veel vijven en zessen gezet. Waar het mogelijk was hebben we met de bewoners wat geholpen. Nu hebben we een centrale ruimte waar binnenactiviteiten door kunnen gaan en waar we pauzeren. Er is een lokaal voor het materiaal van de dieren en een lokaal voor het materiaal van de serre en de moestuin. Onder de pannen is er een hooizolder.
In september 1994 kwam Pascale erbij als vlinder voor het atelier. Voordien gebeurde de vervangingen door verschillende collega's. Aangezien de boerderij en het dierenbestand serieus aan het uitbreiden was, kwamen er veel meer zaken bij kijken die niet direct met de begeleiding van de bewoners te maken hadden. Hier denk ik dan bijvoorbeeld aan de omheining, de stallen, de kooien, apparatuur, speciale verzorging van de dieren, administratie, contacten met firma's, enz.
In 1996 werd door ons het voorstel gedaan om een serre bij te zetten. Die werd door Bert en mij gezet in de winter van 2000. Daar kunnen we zinvolle werkjes aanbieden tijdens de winter of bij slecht weer. 'De groene vingers', het groepje dat onder leiding van Bert perkplantjes kweekte is dan naar deze locatie verhuist. Uiteindelijk is het kweken van de plantjes helemaal overgenomen door de boerderij. De gekweekte producten worden te koop aangeboden in de openserreweek. Tevens worden er via dit project nieuwe mogelijkheden gecreëerd, waardoor verborgen talenten ontdekt kunnen worden. In het kader van het emancipatorisch denken is dit belangrijk in verband met het bieden van maximale ontplooiingsmogelijkheden, geënt op hun individuele mogelijkheden en beperkingen. De activiteiten die ontstaan bij het verwerken van de perkplantjes in de serre, zijn hier een mooi voorbeeld van: bepaalde gasten vullen eerst de potjes op, iemand anders prikt de gaatjes in de aarde waarin nog iemand anders er het stekje in zet. Tenslotte is er iemand die alle potjes telkens netjes uitzet op de grond in de serre. Iedereen werkt volgens zijn eigen mogelijkheden. Hierbij blijkt bijvoorbeeld dat Kristiaan Rummens voor dit laatste werkje de ideale man is. Hij slaagde er uiteindelijk in om met behulp van de lijnen op de folie waarop de plantjes komen, een ordelijk resultaat te krijgen wat voor Kristiaan een enorme prestatie is. Uit dit soort activiteiten blijkt ook dat we op de Takkeling veel te maken hebben met gestructureerde activiteiten. Het 'levende materiaal' dat het medium is van de boerderijactiviteiten eist zijn eigen structuur op. De dieren en planten steek je niet zomaar in een schuif als je eens iets anders wil doen. Iedere dag opnieuw moet je ze de zorgen geven die ze nodig hebben. Die verplichting die niet door de begeleider gesteld wordt, maar door de dieren en planten zelf voelen de meeste bewoners goed aan. Terwijl we nu toch over emancipatorisch denken bezig zijn, het streven naar een zo ruim mogelijk zelfbeschikking van de bewoners is op de Takkeling een belangrijk gegeven. De bewoners bepalen zo veel mogelijk zelf waar ze aan willen werken. Op die manier komen we bij het mediërend agogisch handelen. Al van in het begin van de werking van de boerderij probeerden we zoveel mogelijk volgens die principes te werken lang voor het mediĆ«rend agogisch handelen uitgevonden was. Zo zaten de bewoners eerst allemaal samen aan tafel op de boerderij en bespraken we de werkjes van de dag. Er ontstond een interessante communicatie tussen sommige bewoners. Iemand stelde voor om hem te helpen bij een bepaald werk of hij vond dat iemand anders nooit zo hard moest werken als hijzelf.
Omdat de boerderij een beetje uit zijn voegen aan 't barsten was en er steeds meer problemen opdoken in de verlofperiodes en de weekends, hebben we beslist om met de meeste dieren niet meer te kweken.
Emiel verzorgt de boerderij nu op zaterdag en als hij het niet kan doen, doen zijn begeleiders het. Op zondag hebben we onze buurman vrijwilliger Michel die de dieren verzorgt. Sinds ... is de tuin van de B- groep onze moestuin geworden waar biologische groenten gekweekt worden.
We hebben redelijk veel spontane kontakten met de buren die eens iets kopen of een praatje slaan. Vorige week nog stelde iemand voor om een ezel of pony te komen zetten op een weitje aan z'n tuin.
Een paar jaar geleden hadden we nog grootse plannen om nog een gebouwtje bij te zetten aan de boerderij waar allerlei mooie activiteiten zouden kunnen doorgaan en er onder andere ook een toilet in zou komen. Maar door de 'grote veranderingen' in het wonen zijn die plannen in de diepvries geraakt. Het wordt echter tijd dat die eens ontdooid wordt en er eens gekeken wordt of die plannen kunnen klaargestoomd worden.
Dirk
Het Grote MagazijnGeschiedenisVijf jaar geleden ontstond binnen de atelierwerking de behoefte om een atelier op te richten waar een hoge mate van integratie van onze bewoners in de gemeente centraal zou staan. Terzelfdertijd wou men ook stilaan afstappen van het traditionele instellingswinkeltje of de verkoop van atelierproducten op opendeurdagen, waar, laten we eerlijk zijn, mensen vooral kopen uit sympathie of compassie. We zochten verder ook naar een manier om onze gasten te motiveren om een stuk productgerichter te gaan werken. De atelierwerking niet langer te zien als een bezigheidstherapie, maar deze activiteit op te waarderen tot een meer waardevolle, zinvolle dagbesteding. In die periode kwam er op het Hoeksken een winkelpand vrij en de idee om er een heuse winkel te openen, was geboren. Omdat we ons volledig konden terugvinden in de ideeën van Oxfam, deze een grote naambekendheid genieten en we met een wereldwinkel meteen van een positief imago zouden genieten en niet in een concurrentiestrijd met de andere zelfstandigen zouden verzeilen, werd het dus een wereldwinkel. Eentje waar ook producten uit de eigen ateliers en van andere instellingen zouden kunnen verkocht worden. Twee vliegen in één klap dus. In de beginperiode hadden we enkel de winkelruimte waar de gasten permanent aanwezig waren. De winkel draaide nog niet zo goed en het was voor de begeleiding een constant zoeken naar voldoende zinnig werk voor de gasten. De gasten voelden zich wel prima in hun vel en maakten fier heel wat mond aan mondreclame voor hun nieuwe job. Heel wat kandidaat-winkeliers meldden zich aan. We huurden er ook de grote atelierruimte bij, knapten deze samen met de gasten helemaal op en breidden de groep gasten stilaan uit tot 6 per dagdeel. Ondertussen liet de Oxfam-organisatie ook steeds meer van zich horen. Als we niet voldeden aan een aantal eisen zoals het uitbouwen van een goeddraaiende vrijwilligerswerking, het geven van vormings- en educatieve activiteiten enz. zouden we nooit erkend worden. En niet erkend worden, betekent moeten werken met een niet leefbare winstmarge. We hadden vrijwilligers ook echt nodig, want al was er voor de gasten soms nog iets te weinig werk, als begeleider verzoop je erin. Alle hulp was dus welkom. Nog steeds trouwens, want ondertussen draait de winkel ontzettend goed en kunnen we bestellingen en leveringen en alle administratieve rompslomp die daarbij hoort soms nauwelijks bijhouden. We voerden een grootscheepse wervingscampagne en vonden een aantal vrijwilligers die de winkel konden openhouden op momenten dat wij er niet waren en ook drie mensen die bereid waren om wekelijks een namiddag samen met een gast de winkel open te houden of met anderen taken achter de schermen te doen. De vrijwilligersgroep groeide, we werden erkend en draaiden steeds beter. Niet alleen de winkel evolueerde snel, ook de gasten maakten een enorme evolutie door en werden steeds zelfstandiger en zelfzekerder in het uitvoeren van hun taken. Ze kregen stilaan zicht op het gehele takenpakket en begonnen zelf steeds meer initiatief te nemen. Sommige gasten komen nu binnen, zien wat er gedaan moet worden en beginnen eraan. Anderen, die in het begin nauwelijks een klant durfden aan te kijken, geven nu zelf rondleidingen aan klassen die op bezoek komen. De band met de vaste vrijwilligers en Janine en Etienne Dosscche, de bewoners van ons pand is bijzonder sterk geworden. De gasten slagen er steeds beter in om klanten vlotter en beleefder te bedienen en sommigen roddelen al eens vrolijk mee met een of andere vaste klant. In Oxfam Nationaal, in Gent waar we minstens eens per week over de vloer komen om goederen af te halen of een of andere klus te klaren, zijn we best graag geziene gasten. We zijn nu bijna 5 jaar bezig en de winkel draait nu op volle toeren. We hebben de meeste groeipijnen overwonnen en zowel de gasten als de vaste medewerkers kennen stilaan hun stiel. Voor iedereen was het openen en creëren van een goed draaiende winkel immers een totaal nieuw gegeven. Het runnen van een atelier als de winkel verschilt ook wel heel sterk van wat je op de schoolbanken over je stiel als opvoeder hebt geleerd. Je hebt er immers naast het begeleiden van de gasten nog een job als winkelmanager bij en niet alleen Den Dries stelt zijn verwachtingen hoog, ook Oxfam volgt op de voet of je wel aan alle voorwaarden blijft voldoen. Toch kan ik zeggen dat we zeker in onze opzet geslaagd zijn om een atelier te creëren waar integratie en sfeer hoog bovenaan de agenda staan. We moeten er dag na dag verdomd hard voor zwoegen, maar zijn er dan ook echt wel fier op. Wat doen de gasten daar dag in dag uit?
De VerfplekHet kunstatelier zoals het nu werkt bestaat twee jaar, wij hebben dus nog niet de lange traditie binnen de dagbesteding die de andere ateliers hebben. Het is voor ons dus nog mogelijk een korte schets te geven van wat er allemaal gebeurde binnen het kunstatelier sinds zijn ontstaan.Oorspronkelijk bestond het kunstatelier als een atelier dat door de leefgroepen eenmaal in de week werd ingericht. Dit gebeurde toen in samenwerking met de basisschool.
Zoals het in alle ateliers de bedoeling was een verkoopbaar product te maken was het dat ook in het kunstatelier. Van in het vroege begin kregen wij de mogelijkheid om dit in de praktijk om te zetten met de artotheek als verkooppunt. De artotheek toen nog artotheek Borluut beschikte over een groot aantal werken. Niet veel later konden wij instappen in vzw wit.h het grote doopfeest vond plaats op Brugge 2002. Wit.h is een artistiek steunpunt met bijzondere aandacht voor kunstenaars met een handicap. Zij werd opgericht binnen het kader van sociaal artistieke projecten. Wit.h richt zich zowel naar verenigingen, diensten, centra als naar individuen. Zij begeleidt de artistieke ontmoeting tussen personen, ideeën, artotheken en organisaties.
Samenwerkingen
Om al deze projecten en andere activiteiten te financieren schiet het budget van het kunstatelier te kort. Daarom investeren we ook tijd in het aanvragen van subsidies.
We zijn ook begonnen met een vrijwilligerswerking. Voorlopig blijft dit bij twee personen. Dit verloopt moeizaam. Het is niet eenvoudig om geschikte vrijwilligers te vinden.
Ook Vlod studenten kunnen heel wat werk uit onze handen nemen. Zo heeft Stijn samen met Nico een kortfilm gemaakt, iets wat al lang op ons verlanglijstje stond, maar waar geen tijd voor is binnen onze uren.
SENSO1 Oorspronkelijk1.1 Inhoudelijk
2.1 Inhoudelijk
2.2 Organisatorisch
3.1 Inhoudelijk
3.2 Organisatorisch
Hilde Buysse
SportIn 1986 werd de kiné en sportcel reeds opgestart in Doornzele. Ann was er toen al werkzaam als opvoedster in de toenmalige B-groep. Vanaf het begin werd er al gesport, gezwommen en werd er deelgenomen aan externe sportactiviteiten van Nasso Miva, van Zuster Bosco. Ook het sportkamp stond al op de agenda. Toen ook in Oordegem en in Blankenberge.De begeleiding van de sportactiviteiten gebeurde toen niet door een sportbegeleider of kinesist, maar gewoon door de begeleiding die in de leefgroep die dag op dienst was. Toen de interim-functie van Ann ten einde liep werd haar gevraagd om een sportprogramma uit te werken. Er konden daaraan toen 24u/w besteed worden. Zo deden de driewielers hun intrede, werden er contacten gelegd om te gaan paardrijden, gingen de bewoners voor het eerst naar de fitness, werd het zwemmen uitgebreid en werd het individueel kiné-programma op touw gezet. Eerst gebeurde dat op een kamertje boven, daarna in het tuinhuisje. In 1992, het jaar van de verhuis naar Evergem, werd voor het eerst met de netbalploeg deelgenomen aan de Special Olympics.
Toen nog later de jobbeurs werd gehouden werd bij de bewoners ook naar hun interesse voor sport- en bewegingsactiviteiten gepeild. Voor de allereerste keer konden de bewoners zelf kiezen of ze al dan niet nog aan sport wilden doen. Er werd zoveel mogelijk met hun individuele wensen rekening gehouden. Omdat gezondheid soms gebonden is aan lichamelijke conditie werd wel de vraag gesteld of het therapeutisch wel altijd verantwoord was dat een bepaalde bewoner ervoor koos om geen sport of bewegingsactiviteit meer te doen. Het gevolg van die meer vrije keuze was immers dat veel bewoners afhaakten van sport en zwemmen, terwijl die beweging net voor hun fysieke conditie wel nodig was. Bewoners schatten niet altijd op een juiste manier de gevolgen van hun keuze in. Bijvoorbeeld Christian Rummens koos er voor om geen sport- en zwemactiviteit meer te doen, waarna hij rugklachten kreeg en de vraag naar meer kiné voor hem het directe gevolg was. Die extra kiné's waren niet altijd evident. Het is dus nodig om een aantal bewoners blijvend te stimuleren om aan sport en beweging te doen, evengoed als dat voor ons het geval is.
Er is ook een tijd een keuzeactiviteit sport geweest op woensdag van 17 tot 18 u. Die werd door Ann verzorgd, zonder bijkomende begeleiding. Bewoners konden kiezen om al of niet deel te nemen. Veel bewoners waren daar wel enthousiast over. Ann stond daar soms alleen met 22 bewoners van verschillend niveau. Bij het opmaken van het laatste programma werden terug sportgroepjes op 'niveau' samengesteld omdat homogene groepjes toch beter functioneren als het sport betreft. Er werden ook 2 sportactiviteiten buiten de dagbestedingsuren gelegd, namelijk van 17 tot 18 uur. Die twee groepen konden vlot samengesteld worden. De samenstelling van de andere groepen (overdag) verliep iets moeilijker.
Bij alle sportactiviteiten was het voordien steeds zo dat er vanuit de leefgroepen voor ondersteunende begeleiding werd gezorgd. Nu is die ondersteuning weggevallen omdat de uren die daarvoor (versnipperd) nodig waren, nu globaal toegekend zijn aan Tom en Geert. Een voordeel voor de bewoners is dat daardoor een zekere duidelijkheid ontstaat rond wie de sportactiviteit verzorgt. Het zijn nu altijd dezelfde mensen. Ook voor de leefgroep is het gemakkelijker omdat zij nu zelf niet meer moeten instaan voor die begeleiding. Er is ook meer garantie dat de sportactiviteit ook daadwerkelijk doorgaat. Bij verlof van Ann of Isabelle valt sport en zwemmen niet weg, behalve op donderdagavond. Die garantie stelt op zich wel een probleem. Daar er geen vervanging meer gevraagd wordt vanuit de groepen, staat de sportbegeleider bij verlof of ziekte van zijn collega er wel alleen voor. Voor het zwemmen kan dat betekenen dat er wel minder bewoners kunnen deelnemen. Voor de sportactiviteit betekent dit toch een verhoogd risico (als er iets voorvalt) en het alleen staan voor de groep bevordert de kwaliteit van de activiteit niet, zeker voor de zwakkere bewoners.
Wat betreft de toekomst moeten nog een aantal denkpistes uitgewerkt worden:
Wat betreft de kiné is er ook een enorme evolutie geweest. Vooreerst ging het aantal kinesisten van 1 naar 2 en werden in een veel later stadium ook zelfstandige kinesisten ingeschakeld. Alle bewoners waarvan werd gedacht dat ze het niet zo erg zouden vinden om behandeld te worden door een zelfstandig kinesist, werden uit handen van Ann en Isabelle gegeven. Daarna veranderde de wetgeving een aantal keer, zoadat zelfstandige kinesisten (alles moet op voorschrift) toch minder kiné-beurten (van 60 nr 18) konden geven dan eerder voorzien. Daardoor kwamen een aantal bewoners opnieuw in handen van Ann en Isabelle. Nog later ging de regeling met de E-pathologie in voege. Enkel de bewoners die in dat kader een goedkeuring krijgen, hebben nog recht op dagelijkse kiné. Wegens persoonlijke beroepsactiviteiten kon de zelfstandige kinesist geen bijkomende behandelingen meer op zich nemen, wat bij dringende aanvragen vaak voor problemen zorgde. Sinds juli 2003 is dan ook de samenwerking begonnen met een tweede zelfstandige kinesist. Hierdoor zijn de meeste van ons bewoners van 3 naar 5 keer kiné per week kunnen overschakelen. In de lijn van het emancipatorisch kader van de laatste jaren zijn er ook een aantal bewoners die ervoor kiezen om hun behandeling door een kinesist buitenshuis te laten verzorgen.
Sported employment
Bovendien zien we dat deelname aan groeps- en competitiesport veelal te hoog gegrepen is. Daarom dachten we aan het opstarten van Unified Sportsgroepen, waarbij personen met en zonder beperkingen in één sportgroep terecht kunnen. Zelfs dit verloopt niet zonder problemen. Het is vooreerst niet gemakkelijk om valide personen te vinden die soms met onze bewoners willen samen sporten. Hiertoe werd een brief opgemaakt die aan familie, personeel en aan openbare gelegenheden. Het is ook een probleem om andere instellingen warm te maken deel te nemen aan sportactiviteiten met een 'unified' ploeg. Van de verschillende ploegen die we contacteerden bleef er slechts 1 ploeg over. Van de twee afgesproken voetbalmatchen is er ook maar één kunnen doorgaan omdat de begeleiders van een instelling niet als vrijwilliger mochten meekomen omdat ze binnen die instelling als werknemer niet vrijwillig mochten werken. Sinds eind april 2004 gaan Suzanne en Myriam sporten in Ten Hove. In het kader van integratie hebben we reeds verschillende activiteiten gedaan samen met de bewoners van het bejaardencentrum. Dit wordt zowel door onze bewoners als door de bejaarden zelf als positief ervaren.
Begeleid WerkWe zagen dat bij mensen die al aan begeleid werk deden, dit werk langzaam doodbloedde.Inge hanteert deze methodiek erg systematisch. Inge neemt deel aan een Vlaams Platform, waar o.a. wordt besproken wat de wettelijke mogelijkheden zijn, want de maatschappij en de wetgeving moet ook de kans tot begeleid werk bieden. Vb. ook hoe in orde zijn voor de sociale inspectie? (die interpreteert misschien het 'vrijwillige' begeleid werk als zwartwerk, vooral dan in de privésector). Om die reden wordt vaak naar een andere vzw toe gewerkt. Er wordt een cliëntvolgsysteem gebruikt. Inge krijgt vragen binnen: die bewoner wil dit of dat doen, haalbaarheid moet door haar worden onderzocht, ... Begeleid werk veronderstelt dat mensen zelfstandig tot de plaats van werken kunnen geraken.
Logistieke ondersteuningLogistieke ondersteuning van de cliënten met begeleiding van het logistiek personeel is al meerdere jaren een feit.In 2003 sinds het nieuwe programma is er nu een opvolging met uren vanuit de dagbesteding. Dit houdt in dat een dagbestedingsbegeleider coördineert, oplossingen zoekt bij problemen en zorgt voor een evenwicht binnen het programma van de cliënt. Dus als jullie iets opmerken dat wijst op problemen of het niet correct volgen van de logistieke ondersteuning, gelieve dit te melden aan mij. Logistiek medewerker wordt als een volwaardig atelier beschouwd d.w.z. dat de cliënt dit als hoofdmodule of bijmodule kan kiezen in zijn programma. De regels in verband met verlof nemen zijn hetzelfde. Er is logistieke ondersteuning in de keuken, wasserij, leefgroepsafvalophaling en het secretariaat.
Logistieke ondersteuning en restaurant
Restaurant
UitwisselingsprojectenDit project houdt in dat er een samenwerking is sinds 2003 met het dagcentrum OBRA. Het is de bedoeling dat er nog andere voorzieningen aangesproken worden.We hebben al contact gehad met het M.PI., maar het had een ander resultaat: Brigitte kan daar begeleid werk doen 1 dag per week. Door de uitwisseling wordt de diversiteit vergroot zonder zelf een atelier te moeten inrichten. De begeleiding gebeurt op afstand en er kan dus gemakkelijk ingegaan worden op een dagbestedingsvraag van de cliënt. Dit projekt is vooral gericht naar cliënten die buiten Den Dries willen gaan werken maar om de één of andere reden voldoende begeleiding nodig hebben en dus minder gemakkelijk de weg naar begeleid werk vinden Voorbeelden
Begin februari is er een evaluatie geweest. Over het algemeen was dat positief langs beide partijen. Knelpunten zijn vooral vervoersproblemen. Obra en wij zoeken naar een oplossing. Binnenkort gaan we op zoek naar andere voorzieningen om onze uitwisselingen uit te breiden.
CateringVanuit het Wad gaan we met een aantal cliënt gaan helpen bij een paar organisaties om de catering te verzorgen. Het is ook al gebeurd dat we interne catering verzorgen zoals bij het Socrates- project. We zijn aan het onderzoeken of het haalbaar is voor de werking van het Wad om privé caterings te verzorgen ( we hebben die vraag al gehad voor vb. lente- en communiefeesten, tuinfeesten ).Catering-opdrachten hebben al een groot integratief nut, maar met die privé opdrachten hopen we dit nog te verhogen. Dit zijn opdrachten die begeleid worden vanuit het Wad en daar ook hun impakt op hebben. Daarom zouden we met een jaarplanning werken. Daar kunnen ook cliënten aan deelnemen die niet echt zelfstandig kunnen werken zoals bij begeleid werk.
Het WADIn het Wad komen 48 gasten van Den Dries en 2 van Obra werken.In het Wad hebben onze cliënten dus bewust voor een grote module (4 dagdelen) of een bijmodule (2 dagdelen) gekozen. Sommige cliënten komen 6dd. (vb Brigitte). We merken na 3 jaar dat er hier bij een groot aantal sprake is van jobidentificatie.
Bewoners met minder mogelijkheden komen 2maal /week naar het Wad. Guy P. 3maal.
Bewoners met hoofdmodule en of bijmodule Wad:
Bijvoorbeeld: Arthur wordt aangemoedigd om vijsjes in te draaien i.p.v. duivenringen te doen. Hij wordt gestimuleerd om mee te helpen aan mailings Opsomming van werkjes:
Van januari tot mei werden we gevraagd om de ene opdracht na de andere uit te voeren voor een drukkerij met daartussenin nog eens de krantjes voor de kledingophaling die gans de maand maart in beslag nam. De jassen van Van Wiemeersch was een opdracht van buitenuit en zorgen voor een echte werksfeer. Paletten worden aan-en afgevoerd, camionetten en auto's worden af en toe geladen en gelost, de gang naar de ateliers liggen afgeladen vol. De gasten worden hier bij betrokken en doen ook hun praatje met de mensen van buitenaf ( integratie ). Het nadeel van sommige opdrachten is dat ze soms van hoog niveau zijn en ten tweede dat ons projecten op de lange baan worden geschoven
Zoektocht naar het S.I.W.
Besluit:
Vervoer
| ||||||