WONEN WERKEN VRIJE TIJD ALGEMEEN ORGANISATIE ACTUEEL

Naamloos document Home > Werken > Historiek

navigatie_wonen.inc
   
WERKEN
   
 
historiek

Dagbesteding in Den Dries:

Een verhaal van veranderen, (re-)organiseren, en vooral... evolueren

Begin jaren 80: Doornzele

Dit werd ook wel het Kasteeltje genoemd.
1 team deed alles. Er bestonden wel werkgroepjes die konden wijzigen.

WAT?

»» Geen scheiding tussen wonen en dagbesteding (DB).
  • Personeel: begeleiders organiseren dagactiviteiten.
  • Infrastructuur: living is activiteitenruimte.
  • Activiteit: bezig zijn in wonen en werken.

Eind jaren 80: Doornzele en Ertvelde

2 groepen: A en B (het 'hoger niveau').

WAT?

»» Scheiding wonen - DB: eerste stappen voor B.
  • Infrastructuur: aparte atelier- en kinéruimte in Doornzele (kiné eerst boven, daarna beneden).
  • Personeel: vaste ateliermedewerker (eerst beurtrol, 1991-permanente).
    In het begin was geen sprake van gescheiden teams, later wel.
    Ertvelde: 1 iemand had de taak zoals nu de huisverantwoordelijke, 1 iemand was ateliermedewerker.
  • Activiteiten: eerste activiteiten buiten de woonsfeer (kaarsenatelier, hout,...).
    Ann ging naar de sporthal in Evergem met de mensen die op dat moment op dienst waren. Keuzevoormiddagen van sport bestonden voor 1991, dus vóór de verhuis.
    Voor zwemmen, om praktische redenen, ging iedereen mee.
    Van het moment dat de garage af was in Ertvelde, ging de dagbesteding meer naar semi-industriëel werk (populatie had dit soort werk ook meer nodig).
  • Tijd: atelier op vaste dagen voor iedereen.
»» We zien een steeds verdere structurering.

WAAROM?

Scheiding: activiteitenbegeleider werd een specialisme, dus betere activiteiten.

HOE?

Sterk aanbodgericht: ateliermedewerker bepaalde wat in de ateliers aan bod zou komen.
 

1992: VERHUIS naar Bolwerkstraat

WAT?

  • Duidelijke scheiding wonen - dagbesteding:
    Dagbestedingscentrum in nieuwbouw en boerderij.
    In de bouwplannen werden ateliers ingebouwd in administratieve blok.
    Tijdens de periode dat de administratieve blok nog niet helemaal af, had de atelierwerking en de administratie een plek in huis C.
  • Apart dagbestedingsteam
    Er kwam een apart dagbestedingsteam van een 5-tal mensen.
    In het begin van de verhuis en de opsplitsing van woon- en ateliermedewerkers was er de angst voor afkalving van de jobinhoud van de woonbegeleider, m.a.w. dat de woonbegeleider enkel voor de was en de plas zou worden. Dit heeft grote invloed gehad voor een aantal jaar.

WAAROM?

  • Scheiding:
    activiteitenbegeleider kan zich specialiseren.
    Eerste voorzichtige emancipatorische stap:
    Parallellisme met de maatschappij (uit werken gaan).
»» Scheiding wonen-werken was van begin af een keuze.

HOE?

  • Wekelijks werd het activiteitenprogramma opgesteld, woonbegeleiders vullen in welke bewoners naar welk atelier gaan, volgens het vooropgegeven aantal bewoners per groep.
  • DUS:
    • Wekelijks variabel
    • Accent op organiseerbaarheid binnen het wonen (vb. uitstap)
Semi werd stilaan uitgebreid, samen met het aantal bewoners.
Het aanbod was vast, elk lokaal was ingericht voor een specifiek atelier.
In het kookgroepje werd elke voormiddag soep gemaakt.

Op basis van het sollicitatiegesprek van nieuwe ateliermedewerkers en hun interesses werd een aanbod gecreëerd. Vb. ik als nieuwe medewerker hou van artistiek bezig zijn, dus werd in 1994 een kunstatelier opgericht.

In het begin werd de opvang voor mensen met een handicap volledig gezien als wonen en bezig zijn op een zinvolle manier.
Werken werd in de jaren 80 en begin jaren 90 als 'vies' gezien.
In de opdrachtverklaring van vele voorzieningen stond op de eerste plaats: de bewoners moeten zich thuis voelen.

Wanneer je de dagbesteding organiseert vanuit het wonen, lijkt elk initiatief rond dagbesteding ten koste te gaan van het wonen.
Voor dagcentra, die enkel dagbesteding organiseren, is er minder vraag of spanning.

Vanuit de dagbesteding werd soms 'babysit' georganiseerd in de leefgroep, waarbij iemand vanuit de dagbesteding aanwezig was in de leefgroep.
 

Half jaren 90: het VOTA-model

WAT?

  • Individueel behoeftepakket bepalen en realiseren
  • Op vlak van Vorming, Ontspanning, Therapie/training, Arbeid (= VOTA)
  • Binnen het wonen en werken
Voor elke bewoner werd dus een behoeftepakket samengesteld (maanden werk gevraagd).

De verlofkaart was ook een middel om op het individuele in te spelen en kan worden gezien als een eerste emancipatorisch instrument.

»» Bedoeling was om van het groepsgerichte naar het meer individuele te gaan.

Kenmerken van 'arbeid'?
Dit was moeilijk om te definiëren en er werd veel over gediscussieerd.
Vb. arbeid voor Frank Dhaemers?!
Vaak werd de vraag gesteld: "Waarom is het nodig om bewoners die een goed leven hebben, ineens te verplichten om te werken?"

We gingen kijken naar de kenmerken van arbeid zoals dit voorkomt in de maatschappij.
We vonden het belangrijk om dit dan op dezelfde manier te bekijken voor de bewoners.

  • Inkomen
  • Structureren van tijd
  • Sociaal contact (ook in relatie tot inkomen)
  • Engagement (doeleinden die het persoonlijke overstijgen)
  • Status / identiteit
  • Jobs dwingen mensen tot activiteit
  • Vaardigheden en competenties ontwikkelen
Engagement - vaardigheden en competenties ontwikkelen: je doet dingen die je anders niet zou doen.

WAAROM?

  • Vaststelling: teveel nadruk op de groepsmatige organiseerbaarheid
  • Doel: meer accent op het individuele

HOE?

  • Om redenen van haalbaarheid werd het behoeftenpakket enkel gerealiseerd voor het dagbestedingsprogramma (en niet voor het wonen).
    Na 2 jaar werken werd het VOTA pakket voor elke bewoner samengesteld. Dit werd opgedeeld in 'ideaal wenselijk', 'minimaal wenselijk', 'haalbaar', ...
    Hoewel hier heel veel over gepraat is en dit veel werk heeft gevraagd, heeft dit wel tot de verandering van het programma geleid.
  • Resultaat:
    • 14-daags terugkerend programma
    • organiseerbaarheid in wonen en dagbesteding = primair
    • individuele nood = secundair
    • keuzenamiddag
      Rond 1998 werd de keuzenamiddag ingevoerd.
      Dit vanuit de idee dat bewoners een behoeftebepaald activiteitenpakket krijgen. Maar ze moeten soms ook iets anders kunnen doen.
      Om de 3 maanden was er een andere keuzenamiddag.
      Het was ook fijn om als begeleider andere bewoners te leren kennen en eens andere activiteit te kunnen organiseren. Vb. toneel.

Mei 1996: Wippelgem

WAT?

  • Scheiding:
    • Infrastructuur: een werkplaats op 4 km afstand formaliseert de scheiding
      »» De scheiding wonen - werken werd ook fysiek.
    • Personeel: aanstelling van een hoofd dagbesteding
De ateliers verhuisden mee op 5 maanden. (December 1995: aankoop Wippelgem; mei 1996: start ateliers ter plaatse)
De vrijgekomen lokalen werden bijna onmiddellijk omgedoopt in een speel-o-theek, spiegellokaal, café en kookgroepje.
 

1999: beleidslijnen

De opdrachtsverklaring werd opgesteld, zoals die nu ook nog bestaat.
  1. Recht op bestaansstructurering
    Belangrijk voor privacy, in contact komen met andere mensen, ...
    Als argument voor duidelijke scheiding wonen - dagbesteding
     
  2. Emancipatorisch werken
    Het VOTA-model werd verlaten. De bewoner kreeg geen taart meer van 10 verschillende activiteiten op 14 dagen, maar er werd gewerkt met minimum 1 activiteit waar zowel bewoner als begeleider zich in kunnen specialiseren en mee identificeren.
    Identificatie: loopbaantraject
     
  3. Integratie/inclusie
    Eerste fundamenten voor wereldwinkel en begeleid werk zoals het nu bestaat
     
  4. Gelijkwaardigheid
    Dit was gebaseerd op Gentle Teaching. Dit betekende o.a. geen dominantie en onvoorwaardelijk waarderen.
    Maar hoe is deze houding te combineren met de rol van de begeleider als ploegbaas? Dit is nog steeds een moeilijke zaak.

Concretisering
  1. Loopbaantraject
    Alle vormen van dagbesteding kunnen op een emancipatorisch continuüm worden gezet.
    Van senso tot projecten begeleid werk, zodat de neus van elke bewoner in de richting komt van zo min mogelijk betutteling, zoveel mogelijk meerwaarde en verrijking, met een zo hoog mogelijke emancipatorische waarde.
    • Geen doel op zich
    • Verhoogde levenskwaliteit = doel
      Senso
      Wanneer Hilde erbij kwam werd de senso een samensmelting van bestaande groepjes met zwakkere groepjes en betere, met als bedoeling om het niveau op te werken. Deze dagbestedingsvorm werd begeleid door 2 mensen van de dagbesteding, die naast atelierwerking ook senso gaven.
      Bij de hervorming van het programma werd voorrang gegeven om iets uit te werken voor zwakkere bewoners.
    De tabel geeft punten aan waardoor je kan bepalen wat de grootst mogelijke emancipatorische waarde heeft?
    Opgelet: dit heeft niets te maken met de waarde van de activiteit op zich!
     
  2. Zelfregulerend team
    Introductie clusters
    Er werd gezocht naar manieren om zelfbepaling, (resultaatgericht werken) en emancipatie ook in te voegen in de teamwerking.
    Zo ontstond het zelfregulerend team.
    Dit ligt tussen een klassiek en self managing team:
    Self Managing Team: volledig zelfwerkend team, dat 1 maal per jaar wordt gecontroleerd, met eigen leider, ...
    Bij een zelfregulerend team is er een opdracht: het team bepaalt hoe die wordt uitgevoerd. Het resultaat primeert.

WAAROM?

Grotere betrokkenheid
Grotere verantwoordelijkheid
Grotere efficiëntie / kwaliteit van het werk
Een zelfregulerend team vraagt open communicatie. Dit is nu nog steeds niet makkelijk.
Kortere beslissingslijnen: vb. bij een uitgave boven 1000 BEF moest je eerst toestemming van Luc Verbeke krijgen. Nu wordt grotendeels zelf het budget bepaald.
Financiële besparing (op termijn)
Vorming en groeikansen
Beter organisatieklimaat vb. bespreking van problemen van ene cluster, niet noodzakelijk beluisterd door mensen van een andere cluster. Er werd meer efficiënt georganiseerd.

VOORWAARDEN?

Voorkoppelen: als je zelfregulerend werkt, werk je binnen een bepaald kader. Wanneer je denkt dat je buiten dit kader gaat treden, bespreek je dit met je direct leidinggevende.
Doelmatigheid meten vb. doelstellingen in jaarverslag formuleren en evalueren.
Constructieve feedback kunnen geven is als houding van elk teamlid zeer belangrijk voor het goed functioneren van zelfregulerend team. Dit wordt dan ook van iedereen vereist.
Leiding (staf) moet er achter staan.
Elk autonoom team groeit op zijn manier: elke cluster heeft het recht op een eigen manier te groeien. Vb. het ene team kan rijp zijn om meer verantwoordelijkheid en initiatief te nemen, terwijl ander team doe stap (nog) niet zet.
 

2000: Het grote magazijn en Begeleid Werk

  • Het Grote Magazijn
    Samenwerking met OXFAM
  • Begeleid werk (supported employment)
    Dit werd als prioriteit gesteld. Uren werden in de eerste plaats daaraan besteed. (voor verdere uitleg rond begeleid werk, zie achteraan)

Identificatie

  • We voerden het modulair systeem in vanuit de gedachte dat de job die je doet moet gaan over arbeid waar je vaak naartoe gaat. Hierover is veel discussie geweest (ook gevolgen voor verschuiving van uren in dagbesteding en het wonen).
    We stelden dat het modulair systeem geldt voor iedereen. En iedereen zien we dan als 80% van de bewoners, zodat het systeem niet moet vallen voor enkele uitzonderingen.
     
  • Eerste plaats: de bewoner kiest
    • De bewoner kon zelf kiezen voor een bepaald atelier, onder voorwaarde dat dit over 4 dagdelen van dezelfde job ging, dit was de eis die vanuit de dagbesteding als werkgever werd gesteld en werd de hoofdmodule genoemd.
    • Bijkomend kon de bewoner kiezen voor 1 of meerdere bijmodules (2 dagdelen).
    • Op de jobbeurs werd de keuze van de bewoner zo goed mogelijk gerespecteerd. Ook al had de begeleiding veel bedenkingen, de keuze van de bewoners werd toch genoteerd.

     
  • Tweede plaats
    • Atelierbegeleiding/woonbegeleiding kon bedenkingen formuleren. Dit werd opgedeeld in bedenkingen en fundamentele bezwaren.
    • Wanneer tegen de keuze van de bewoner werd ingegaan, werd dit besproken met de zorgcoördinator, die als onafhankelijke bewaker werkte.

 

Praktisch

Veranderen van job?
Een bewoner kan op elk moment solliciteren. Wanneer de bewoner daar hulp voor nodig heeft, kan de persoonlijke begeleider hierin ondersteunen vb. voor het formuleren van de vraag. (zie ook jaarverslag 2003)
In 2004 wordt gewerkt naar een jobkrant met vrije vacatures.
In het najaar 2004 komt er ook een kennismakingsmoment waarbij bewoners een beeld wordt geschetst van de ateliers zoals ze nu bestaan.

Verlofkaart
Dit wordt misschien als een last ervaren, maar is een emancipatorisch instrument, waarmee je de bewoner op zijn/haar verantwoordelijkheid kan wijzen. De bewoner moet naar een medewerker van de cluster gaan om verlof aan te vragen.
De praktische uitwerking is soms probleem vb. kaart komt niet terug, omzwervingen van de kaart indien de bewoner op 1 dag in 2 verschillende ateliers moet werken, ... Maar we moeten het kind niet met het badwater weggieten.
We ondervinden dat de check aan het eind van de week moet blijven gebeuren.
De verlofkaart is niet alleen een instrument voor de bewoner zelf, ook voor de (persoonlijke) begeleider om vb. nood aan verlof te kunnen detecteren.

Vervoer
Wordt nu door Christa en logistiek opgenomen.

Overleg
Elke cluster heeft maandelijks een vergadering (1,5 uur).
Informele momenten tussendoor komen nog voor.
Maandelijks 1 bijeenkomst met vertegenwoordigers van cluster.
Driemaandelijks is er een infoteam. Het gebeurt dat mensen niet meer op de hoogte zijn van wat in een andere cluster gebeurt. Vandaar het infoteam. Hier worden woonbegeleiders ook op uitgenodigd.

Voorbereidingen
Vanuit het idee om efficiënter te werken, is de vaste voorbereidingsdag afgeschaft. Nu wordt onderling afgesproken, wanneer iemand een voorbereiding moet maken, dat dit door collega's kan worden opgevangen.

Vrijwilligers
Vooral in Wereldwinkel wordt met vrijwilligers gewerkt. Ook in de sport en het kunstatelier.
 

Clusters binnen de dagbesteding

Zie verslagen clusters.
 

Dagbesteding in de toekomst

  • Evolutie van cliënten
    • Ouder wordend publiek
    • Mensen met zwaarder zorgprofiel
  • Sport / senso ontwikkelen tot aparte cel
    • Meer therapeutisch gericht
    • Aandacht voor vervangende activiteiten
  • Nood aan vorming
  • Werken buiten Den Dries verhogen

 

Tot slot

Bij het overlopen van de resultaten van de jobbeurs viel op dat semi door 75% van de bewoners werd gekozen. Dit zijn vooral mensen met nood aan structurering en repetitieve handelingen. Crea-ateliers werden daarom afgeschaft. Om de bewoners toch een verrijkende omgeving en atelier te bieden, worden nu projecten opgestart. Zowel begeleiders van het atelier als woonbegeleiders kunnen vragen van bewoners naar atelierbegeleiders richten.

Persoonlijke begeleiders: vraag overleg en communicatie met de atelierbegeleiders. Organiseer zelf overleg!

Bedoeling van dit infoteam was vooral: ken de structuur en weet hoe je in die structuur kan werken of evt. veranderingen kan aanvragen.

De Verfplek
Tentoonstellingen e.a. initiatieven vanuit het kunstatelier worden vanaf nu aangekondigd in de Nieuwsflash.

 

Clusters binnen de dagbesteding

Verslagen per cluster

De Takkeling

Bij de aankoop van de grond van Den Dries bleek dat er een stukje landbouwgrond naast lag dat te koop was voor een appel en een ei. Dit was een buitenkans. Op die manier kon er een toegang gemaakt worden voor de brandweer aan de achterkant van de home. (dat is de reden waarom de poort daar niet op slot mag en er niks in de weg mag gezet worden voor eventueel aanstormende brandweerwagens)
Maar wat veel belangrijker is: Den Dries had een stukje grond waar één of ander project kon uitgebouwd worden: een speeltuintje waar kinderen uit de buurt onze gasten konden ontmoeten of eventueel een boerderij of misschien kon een landbouwer uit de buurt er wel dieren zetten.
Er werd druk gezocht naar sponsors voor een boerderijprojekt.

Eric startte het project samen met Karel De Corte. We kregen drie schapen en vier ganzen. Marnix kwam na drie maand in de plaats van Eric en bouwde het eerste stalletje voor de schapen. Na een paar maanden vond ook hij ander werk.
In december 1992 kon ik er beginnen. Aangezien je met drie schapen en vier ganzen niet veel kunt aanvangen kochten we nog dieren bij. Er werden ook nog stalletjes bijgezet, er werd gekweekt met alle dieren die er bijkwamen en we richtten een bescheiden moestuin op. Schapen werden geslacht, geitenlammeren en biggetjes werden verkocht.

We werkten met verschillende bewoners volgens een flexibel programma. We hadden echter niets om te schuilen en werkten in weer en wind, zelfs in de gietende regen en bij tien graden onder nul. Er was wel een lokaaltje, waar nu de senso is, om soep en koffie in te drinken.

Rond de boerderij werden inheemse bomen aangeplant om wat meer groen te creëren. Op die manier ontstond de wandelgang: een hakhoutrij met inheemse bomen en planten. De bomen worden regelmatig gekapt om te gebruiken als palen of brandhout. De bewoners klieven het hout zelf. Nu zijn we de wandelgang aan het uitbouwen tot sensopad waar zwakkere bewoners al wandelend sensopatische indrukken kunnen opdoen.

Maar we zaten eigenlijk nog in het jaar 1994.

Er werden subsidies gegeven door de provincie Oost-Vlaanderen voor het bouwen van een boederijgebouw. In de zomer van '94 is het gebouw dan na zeer veel vijven en zessen gezet. Waar het mogelijk was hebben we met de bewoners wat geholpen. Nu hebben we een centrale ruimte waar binnenactiviteiten door kunnen gaan en waar we pauzeren. Er is een lokaal voor het materiaal van de dieren en een lokaal voor het materiaal van de serre en de moestuin. Onder de pannen is er een hooizolder.
Voor de aard van het boerderijwerk en de activiteiten was dit gebouw een grote stap voorwaarts.

In september 1994 kwam Pascale erbij als vlinder voor het atelier. Voordien gebeurde de vervangingen door verschillende collega's. Aangezien de boerderij en het dierenbestand serieus aan het uitbreiden was, kwamen er veel meer zaken bij kijken die niet direct met de begeleiding van de bewoners te maken hadden. Hier denk ik dan bijvoorbeeld aan de omheining, de stallen, de kooien, apparatuur, speciale verzorging van de dieren, administratie, contacten met firma's, enz.
Dat de vervanging door 1 persoon gebeurde, was dus wel een voordeel en bijna een noodzaak aan het worden.

In 1996 werd door ons het voorstel gedaan om een serre bij te zetten. Die werd door Bert en mij gezet in de winter van 2000. Daar kunnen we zinvolle werkjes aanbieden tijdens de winter of bij slecht weer. 'De groene vingers', het groepje dat onder leiding van Bert perkplantjes kweekte is dan naar deze locatie verhuist. Uiteindelijk is het kweken van de plantjes helemaal overgenomen door de boerderij. De gekweekte producten worden te koop aangeboden in de openserreweek.

Tevens worden er via dit project nieuwe mogelijkheden gecreëerd, waardoor verborgen talenten ontdekt kunnen worden. In het kader van het emancipatorisch denken is dit belangrijk in verband met het bieden van maximale ontplooiingsmogelijkheden, geënt op hun individuele mogelijkheden en beperkingen. De activiteiten die ontstaan bij het verwerken van de perkplantjes in de serre, zijn hier een mooi voorbeeld van: bepaalde gasten vullen eerst de potjes op, iemand anders prikt de gaatjes in de aarde waarin nog iemand anders er het stekje in zet. Tenslotte is er iemand die alle potjes telkens netjes uitzet op de grond in de serre. Iedereen werkt volgens zijn eigen mogelijkheden. Hierbij blijkt bijvoorbeeld dat Kristiaan Rummens voor dit laatste werkje de ideale man is. Hij slaagde er uiteindelijk in om met behulp van de lijnen op de folie waarop de plantjes komen, een ordelijk resultaat te krijgen wat voor Kristiaan een enorme prestatie is.

Uit dit soort activiteiten blijkt ook dat we op de Takkeling veel te maken hebben met gestructureerde activiteiten. Het 'levende materiaal' dat het medium is van de boerderijactiviteiten eist zijn eigen structuur op. De dieren en planten steek je niet zomaar in een schuif als je eens iets anders wil doen. Iedere dag opnieuw moet je ze de zorgen geven die ze nodig hebben. Die verplichting die niet door de begeleider gesteld wordt, maar door de dieren en planten zelf voelen de meeste bewoners goed aan.

Terwijl we nu toch over emancipatorisch denken bezig zijn, het streven naar een zo ruim mogelijk zelfbeschikking van de bewoners is op de Takkeling een belangrijk gegeven. De bewoners bepalen zo veel mogelijk zelf waar ze aan willen werken. Op die manier komen we bij het mediërend agogisch handelen. Al van in het begin van de werking van de boerderij probeerden we zoveel mogelijk volgens die principes te werken lang voor het mediĆ«rend agogisch handelen uitgevonden was. Zo zaten de bewoners eerst allemaal samen aan tafel op de boerderij en bespraken we de werkjes van de dag. Er ontstond een interessante communicatie tussen sommige bewoners. Iemand stelde voor om hem te helpen bij een bepaald werk of hij vond dat iemand anders nooit zo hard moest werken als hijzelf.
Dit samen rond de tafel zitten is tegenwoordig echter helemaal uitgesloten aangezien veel bewoners niet op tijd komen. Sommige bewoners komen een kwartier tot een half uur of langer te laat.

Omdat de boerderij een beetje uit zijn voegen aan 't barsten was en er steeds meer problemen opdoken in de verlofperiodes en de weekends, hebben we beslist om met de meeste dieren niet meer te kweken.
Er is gezocht naar het vereenvoudigen van het onderhoudswerk met automatische voederbakken, automatische drinkbakken, automatische besproeiing en verwarming in de serre.

Emiel verzorgt de boerderij nu op zaterdag en als hij het niet kan doen, doen zijn begeleiders het. Op zondag hebben we onze buurman vrijwilliger Michel die de dieren verzorgt.

Sinds ... is de tuin van de B- groep onze moestuin geworden waar biologische groenten gekweekt worden.
In december hebben we reeds onze tweede kerstmarkt en een deel van de open deurdag van Den Dries speelt zich af op de Takkeling.
Ook vanuit de werking van de Takkeling is het Boskamp ontstaan. Het is nu de Xe keer dat we zullen gaan in september. Wie weet is het misschien de laatste keer.

We hebben redelijk veel spontane kontakten met de buren die eens iets kopen of een praatje slaan. Vorige week nog stelde iemand voor om een ezel of pony te komen zetten op een weitje aan z'n tuin.
De kleuterklasjes van een school komen regelmatig op bezoek en er zijn contacten met landbouwers.

Een paar jaar geleden hadden we nog grootse plannen om nog een gebouwtje bij te zetten aan de boerderij waar allerlei mooie activiteiten zouden kunnen doorgaan en er onder andere ook een toilet in zou komen. Maar door de 'grote veranderingen' in het wonen zijn die plannen in de diepvries geraakt. Het wordt echter tijd dat die eens ontdooid wordt en er eens gekeken wordt of die plannen kunnen klaargestoomd worden.
We willen ook eens werk maken van de eendenvijver die er soms wat slordig bijligt , een soort natuurstenen pad rond de vijver. Beetje bij beetje zijn we de omheining aan het vervangen. Zodat we daar de eerste 20 jaar niet meer moeten naar kijken

Dirk
 

Het Grote Magazijn

Geschiedenis

Vijf jaar geleden ontstond binnen de atelierwerking de behoefte om een atelier op te richten waar een hoge mate van integratie van onze bewoners in de gemeente centraal zou staan. Terzelfdertijd wou men ook stilaan afstappen van het traditionele instellingswinkeltje of de verkoop van atelierproducten op opendeurdagen, waar, laten we eerlijk zijn, mensen vooral kopen uit sympathie of compassie. We zochten verder ook naar een manier om onze gasten te motiveren om een stuk productgerichter te gaan werken. De atelierwerking niet langer te zien als een bezigheidstherapie, maar deze activiteit op te waarderen tot een meer waardevolle, zinvolle dagbesteding.

In die periode kwam er op het Hoeksken een winkelpand vrij en de idee om er een heuse winkel te openen, was geboren. Omdat we ons volledig konden terugvinden in de ideeën van Oxfam, deze een grote naambekendheid genieten en we met een wereldwinkel meteen van een positief imago zouden genieten en niet in een concurrentiestrijd met de andere zelfstandigen zouden verzeilen, werd het dus een wereldwinkel. Eentje waar ook producten uit de eigen ateliers en van andere instellingen zouden kunnen verkocht worden. Twee vliegen in één klap dus.

In de beginperiode hadden we enkel de winkelruimte waar de gasten permanent aanwezig waren. De winkel draaide nog niet zo goed en het was voor de begeleiding een constant zoeken naar voldoende zinnig werk voor de gasten. De gasten voelden zich wel prima in hun vel en maakten fier heel wat mond aan mondreclame voor hun nieuwe job.

Heel wat kandidaat-winkeliers meldden zich aan. We huurden er ook de grote atelierruimte bij, knapten deze samen met de gasten helemaal op en breidden de groep gasten stilaan uit tot 6 per dagdeel.

Ondertussen liet de Oxfam-organisatie ook steeds meer van zich horen. Als we niet voldeden aan een aantal eisen zoals het uitbouwen van een goeddraaiende vrijwilligerswerking, het geven van vormings- en educatieve activiteiten enz. zouden we nooit erkend worden. En niet erkend worden, betekent moeten werken met een niet leefbare winstmarge. We hadden vrijwilligers ook echt nodig, want al was er voor de gasten soms nog iets te weinig werk, als begeleider verzoop je erin. Alle hulp was dus welkom. Nog steeds trouwens, want ondertussen draait de winkel ontzettend goed en kunnen we bestellingen en leveringen en alle administratieve rompslomp die daarbij hoort soms nauwelijks bijhouden.

We voerden een grootscheepse wervingscampagne en vonden een aantal vrijwilligers die de winkel konden openhouden op momenten dat wij er niet waren en ook drie mensen die bereid waren om wekelijks een namiddag samen met een gast de winkel open te houden of met anderen taken achter de schermen te doen.

De vrijwilligersgroep groeide, we werden erkend en draaiden steeds beter. Niet alleen de winkel evolueerde snel, ook de gasten maakten een enorme evolutie door en werden steeds zelfstandiger en zelfzekerder in het uitvoeren van hun taken. Ze kregen stilaan zicht op het gehele takenpakket en begonnen zelf steeds meer initiatief te nemen. Sommige gasten komen nu binnen, zien wat er gedaan moet worden en beginnen eraan. Anderen, die in het begin nauwelijks een klant durfden aan te kijken, geven nu zelf rondleidingen aan klassen die op bezoek komen. De band met de vaste vrijwilligers en Janine en Etienne Dosscche, de bewoners van ons pand is bijzonder sterk geworden. De gasten slagen er steeds beter in om klanten vlotter en beleefder te bedienen en sommigen roddelen al eens vrolijk mee met een of andere vaste klant. In Oxfam Nationaal, in Gent waar we minstens eens per week over de vloer komen om goederen af te halen of een of andere klus te klaren, zijn we best graag geziene gasten.

We zijn nu bijna 5 jaar bezig en de winkel draait nu op volle toeren. We hebben de meeste groeipijnen overwonnen en zowel de gasten als de vaste medewerkers kennen stilaan hun stiel. Voor iedereen was het openen en creëren van een goed draaiende winkel immers een totaal nieuw gegeven.

Het runnen van een atelier als de winkel verschilt ook wel heel sterk van wat je op de schoolbanken over je stiel als opvoeder hebt geleerd. Je hebt er immers naast het begeleiden van de gasten nog een job als winkelmanager bij en niet alleen Den Dries stelt zijn verwachtingen hoog, ook Oxfam volgt op de voet of je wel aan alle voorwaarden blijft voldoen.

Toch kan ik zeggen dat we zeker in onze opzet geslaagd zijn om een atelier te creëren waar integratie en sfeer hoog bovenaan de agenda staan. We moeten er dag na dag verdomd hard voor zwoegen, maar zijn er dan ook echt wel fier op.

Wat doen de gasten daar dag in dag uit?

  • Afhalen van voeding en drank in Oxfam Nationaal in Gent (wekelijks) en artisanaat bij onze leveranciers in Bierbeek en Ukkel (een paar keer per jaar).
  • Prijzen van alle producten, samen met een begeleider en alles op de juiste plaats in de stock zetten.
  • Verpakken van producten (kaartjes apart verpakken, t-shirts en kinderkledij verpakken, ...) (met hulp)
  • De winkelrekken dagelijks aanvullen.
  • Klaarzetten van bestellingen, vullen van de bakken die mee moeten naar standen en deze weer legen achteraf. (met hulp)
  • Onderhoud van de winkel, de atelierruimte en de auto.
  • Samen met vrijwilligers de klanten helpen, de rekenmachine bedienen, ...
  • Etalagemateriaal en verpakkingsmateriaal knutselen. (Permanente activiteit)
  • Mailings doen, in ons eigen atelier maar ook op verplaatsing. (Vb. De Wwkrant, het maandblad van Oxfam Nationaal maken we op het Nationaal secretariaat verzendingsklaar. Zo'n keer of tien per jaar krijgen we er ook extra opdrachten bij zoals educatieve pakketten samenstellen, videofims verpakken, affiches oprollen enzomeer.)
  • Meegaan waar wij ook gaan : Afhalen en leveren van goederen, boodschappen doen, naar de post, mailings gaan afhalen of terugbrengen, standen doen, vakbeurs, studiedagen ivm wereldwinkelwerk, regionale vergaderingen, ...
Het feit dat wij zo vaak de baan op moeten met de gasten is dan ook de reden waarom wij erop staan dat de gasten op tijd komen. Als je op een telaatkomer moet wachten, kom je soms onder een enorme tijdsdruk te staan om een opdracht tijdig af te maken of een levering op tijd ter plekke te krijgen. Het is ook de reden waarom we er niet altijd in slagen de gasten om 12.00 u stipt aan tafel te krijgen voor het middagmaal en de reden waarom wij vaak met onze pauzes moeten schuiven. Begeleiders en gasten in ons atelier moeten nogal flexibel zijn dus.
  • Verder opknappen van onze ruimtes.
  • Opgeleid worden.
  • Af en toe opdienen en afwassen op recepties, koffietafels. (Vooral op de Vlod)
  • Deelnemen aan educatieve spelen wanneer klassen op bezoek komen. (Zo'n keer of 10 per jaar) en aan de workshops voor kinderen en bewoners die we verschillende keren per jaar organiseren.
Nathalie
 

De Verfplek

Het kunstatelier zoals het nu werkt bestaat twee jaar, wij hebben dus nog niet de lange traditie binnen de dagbesteding die de andere ateliers hebben. Het is voor ons dus nog mogelijk een korte schets te geven van wat er allemaal gebeurde binnen het kunstatelier sinds zijn ontstaan.

Oorspronkelijk bestond het kunstatelier als een atelier dat door de leefgroepen eenmaal in de week werd ingericht. Dit gebeurde toen in samenwerking met de basisschool.
In maart 2002 werd het kunstatelier herboren uit een proefscheute van de toen nog in voege zijnde keuzeateliers. Iedere begeleider had in die tijd een periode waarin hij een dagdeel de vrije keuze had een activiteit aan te bieden. Kunst was mijn (Peter) laatste keuze atelier en werd bij het nieuw programma een volwaardig atelier waar Nathalie en ik vier dagdelen werkgever werden van een 10-tal bewoners.

Zoals het in alle ateliers de bedoeling was een verkoopbaar product te maken was het dat ook in het kunstatelier. Van in het vroege begin kregen wij de mogelijkheid om dit in de praktijk om te zetten met de artotheek als verkooppunt. De artotheek toen nog artotheek Borluut beschikte over een groot aantal werken. Niet veel later konden wij instappen in vzw wit.h het grote doopfeest vond plaats op Brugge 2002. Wit.h is een artistiek steunpunt met bijzondere aandacht voor kunstenaars met een handicap. Zij werd opgericht binnen het kader van sociaal artistieke projecten. Wit.h richt zich zowel naar verenigingen, diensten, centra als naar individuen. Zij begeleidt de artistieke ontmoeting tussen personen, ideeën, artotheken en organisaties.
Wit.h profileert zich als een organisatie met een specifieke eigenheid, beoogt een groot publiek en werkt met een groot aantal kunstenaars al dan niet met een handicap.Van meet af aan werd gekozen voor een volwaardige, kwalitatief onderbouwde samenwerking met het zogenaamde reguliere kunstcircuit.

Samenwerkingen

  • De verfplek deed in het kader van deze samenwerking met het regulier kunst milieu zijn eerste stappen door een samenwerking op te zetten met de academie van Gent. De studenten van de lerarenopleiding van de academie krijgen op school het project met de verfplek als optie aangeboden. In 2003 etsten wij met 4 studenten, in 2004 was het zeefdruk met 3 meesters in de ...
  • In juni 2003 maakte ons atelier deel uit van een kunstenaarsroute, kunstenaars in Evergem en omstreken stelden hun ateliers open voor kunstminnend Evergem.
  • Een tweede samenwerking werd aangegaan met Markus Bundervoet, beeldhouwer die het werk van onze kunstenaars in 3D omzette. Dit werk werd reeds tentoongesteld in de Lakenhallen van Ieper. Op vrijdag 9 juli wordt om 16 u een tweede tentoonstelling geopend waarop dit kunstwerk te bezichtigen is, deze keer in Terneuzen.
  • Enkele weken geleden nam Benny Strubbe deel aan een inclusief body-paint project. Er werd gewerkt met kunstenaars en modellen met en zonder verstandelijke beperking. Dit project werd ook gevolgd door een fotograaf en op film vastgelegd door onze Vlod stagiair Stijn Yzerbeat. In oktober hernemen we dit project en gaan we verder in op de mogelijkheden van het beschilderen van levende modellen. Het is de bedoeling dat dit project kan opgenomen worden in het Memling museum in Brugge, waar in 2005 de tentoonstelling Corpus zal plaatsvinden.
  • The right of (un)succes ... Tentoonstelling in Harelbeke. De tentoonstelling vindt plaats op vrijdag 25 juni om 19u30. Uitnodigingen voor geïnteresseerden te verkrijgen bij Peter.
  • Jaarlijkse samenwerking met de basisschool van Wippelgem.
  • Sinds december 2003 werken we samen met een zeefdrukker, Jos de zeefdrukker. Met hem hebben we een samenwerking die in twee richtingen verloopt. Wij geven Jos een locatie waar hij zijn materiaal kan stokeren. Hij geeft ons de mogelijkheid gebruik te maken van dit materiaal. Tevens kunnen we hem altijd contacteren voor advies.
Tentoonstellingen
  • Brugge 2002: opening van het artothekennetwerk. De Verfplek en alle andere artotheken, aangesloten bij vzw Wit.h stellen hun werk tentoon in het concertgebouw.
  • Ter Dilft, Bornem: tentoonstelling met wedstrijd.
  • KuMen, De Centrale, Gent: tentoonstelling met wedstrijd. Arthur is één van de vijf winnaars, zijn werk werd per opbod verkocht.
  • Cc De Stroming, Sleidinge: Pascal Laverge stelt zijn werk tentoon.
  • Tentoonstelling s(ch)e(r)tsen. Etsententoonstelling in Wippelgem in samenwerking met de Academie.
  • Nico kleedt een kamer in het station van Oostende, op originele wijze aan. Hij vertegenwoordigt de Verfplek. Dit was het officiële openingsmoment van de website vzw Wit.h.
  • Tentoonstelling gekoppeld aan de Jacques Brel wedstrijd georganiseerd door de bibliotheek van Evergem. Ivan wint de wedstrijd van de 135 deelnemers.
  • Naar aanleiding van de aandacht door deze winst, organiseerden we een tentoonstelling waarin het werk van Ivan Braems en Erik Coppens werd voorgesteld. Paul van Grembergen opent de tentoonstelling.
  • Algemene tentoonstelling ter voorstelling van de artotheek op de dagbestedings-feesten.
  • Kunstencentrum Nona te Mechelen. Voorstelling kortfilm Kapitein Forkus en zijn bemanningsteam door Nico de Scheemaecker en Stijn Yzerbeat.
Subsidies

Om al deze projecten en andere activiteiten te financieren schiet het budget van het kunstatelier te kort. Daarom investeren we ook tijd in het aanvragen van subsidies.

  • Tweemaal een lessenpakket van 10 uren voor het zeefdrukken (2 x 300 euro).
  • Kleioven (50% = 750 euro).
  • Zeefdrukproject in samenwerking met de Academie (750 euro).
  • Inrichting van het zeefdrukatelier (1 115 euro).
  • Literaire lezing (125 euro)
Hulp in het atelier

We zijn ook begonnen met een vrijwilligerswerking. Voorlopig blijft dit bij twee personen. Dit verloopt moeizaam. Het is niet eenvoudig om geschikte vrijwilligers te vinden.
We hebben nochtans een zeer ruim takenpakket, bijv. papier snijden in het atelier, begeleiden van tentoonstellingsbezoeken, organiseren van workshops, administratie van de artotheek opvolgen, fotograferen van kunstwerken, ... . Geïnteresseerden zijn dus altijd welkom.

Ook Vlod studenten kunnen heel wat werk uit onze handen nemen. Zo heeft Stijn samen met Nico een kortfilm gemaakt, iets wat al lang op ons verlanglijstje stond, maar waar geen tijd voor is binnen onze uren.
 

SENSO

1 Oorspronkelijk

1.1 Inhoudelijk

  • In 1998 was er een plaats vacant voor 19 uur begeleiding van activiteiten voor bewoners met een ernstig mentale handicap. Bewoners die geen boodschap hadden aan de bestaande arbeidsmatige ateliers,waren ingedeeld in zogenaamde sensogroepjes.
    Bedoeling was de bewoners te benaderen vanuit hun specifieke interesses en mogelijkheden, met de bedoeling bij ieder een toegangspoortje te vinden tot actieve deelname. Dit was dus toen reeds een sterk emancipatorische benadering.
  • Senso stond daarentegen wel onderaan de emancipatorische ladder binnen het loopbaantrajekt, evenwelsteeds met het hoofd naar boven gericht.
  • Het was de betrachting om binnen de senso en via sessies individuele senso, te werken aan vaardigheden en attitudes die voorwaarden zijn voor andere vormen van dagbesteding.
  • Er werd inhoudelijk geëxperimenteerd met tal van activiteiten; er werd zelfs educatief spelmateriaal ontwikkeld en er werd heel wat materiaal ontleend in diverse speel-o-theken.
1.2 Organisatorisch
  • De senso bestond toen uit groepjes van gemiddeld 7 bewoners, waaronder telkens enkele 'beter-niveau- gasten' met de bedoeling het niveau op te waarderen.
  • De begeleiding gebeurde door telkens 2 begeleiders waaronder ikzelf samen met een andere begeleider uit de dagbesteding.
  • De individuele senso bestond uit sessies van een half uur waar ongeveer 10 verschillende bewoners 2-wekelijks in een beurtrol aan bod kwamen.

 
2 Evolutie

2.1 Inhoudelijk

  • Door de stijgende vraag naar aangepaste dagbesteding voor zwakkere bewoners en door de explosieve uitbouw van de rest van de dagbesteding, werden de senso-groepjes algauw herleid tot enkel de zwakkere bewoners.
  • De groepjes werden echter zeer heterogeen van samenstelling omdat de individuele interesses en mogelijkheden zeer uiteenlopend waren. Bijgevolg was het zoeken naar gepaste activiteiten telkens afwegen van het groepsbelang tegenover het individueel belang. De groepssfeer was echter meestal bepalend, zodat er aan individueel werken vaak niet toegekomen werd.

2.2 Organisatorisch

  • Er werd vaak gesteld dat het niet werken met 2 vaste begeleiders als stroef werd ervaren. Het feit dat de andere begeleiders hun hoofdverantwoordelijkheid ook effectief op een ander terrein lag, bemoeilijkte het overleg. Een tweede vaste begeleider was toen nog niet aan de orde.
  • Deze periode werd gekenmerkt door de zoektocht naar gepaste activiteiten. Erfenissen uit het verleden werden afgebroken (cabine...), andere zaken geïnstalleerd en weer afgeschaft (ezelwandelingen, bezoek aan speelotheken...)

 
3 Senso vandaag

3.1 Inhoudelijk

  • We constateerden dat we nood hadden aan een basisklimaat, wilden we ruimte creëren voor individuele benaderingen. Door het volgen van allerlei cursussen (o.a. aromatherapie) ging de klemtoon steeds meer liggen op relaxatie, dan wel op het scheppen van verwachtingen.
    Het resultaat bleef niet uit en de kloof met de rest van de dagbesteding werd een beetje groter. Het 'vormend' aspect raakte hierdoor op de achtergrond zodat de individuele sessies senso eerder op zichzelf begonnen te staan. Door de geringe frequentie was deze manier van werken niet efficiënt. Ondanks de overtuiging van het nut aan een vormend luik binnen de dagbesteding leek dit binnen de senso, zoals die vandaag is, niet meer op zijn plaats.
  • Waar de senso vroeger onderaan de emancipatorische ladder van de dagbesteding stond, kennen we ons vandaag een andere positie toe. Senso verhoudt zich, net zoals sport en kiné, eerder naast het dagbestedingsprogramma. Er zijn trouwens wel meer raakvlakken met deze laatste, zowel inhoudelijk ( randtherapeutisch karakter, analoge doelgroep, sherborn...) als organisatorisch (vanuit dezelfde locatie, analoge tijdstippen...)
  • Onze manier van werken kende succes, zodat de vraag naar senso alleen maar is toegenomen. Helaas kunnen wij niet iedereen naast het vaak drukke dagbestedingsprogramma senso aanbieden. We richten ons vandaag naar volgende doelgroepen:
    • De groep bewoners die niet naar de gewone ateliers komen ( cfr. Anneleen, Patrick...), of niet met de bedoeling er aan jobidentificatie te doen (cfr. Frank, Christiaan...)
    • De groep bewoners die omwille van hun afnemende conditie of hun toenemende leeftijd een stap terug zetten in de andere ateliers ( cfr. Wim, Eric..)
    • En dit is dan toekomstgericht; bewoners uit de bijzondere doelgroep om hen wat meer rust en draagkracht te bieden. We beseffen echter tenvolle dat dit niet evident is en wellicht nog enige bijscholing vereist.

3.2 Organisatorisch

  • Door de komst van Tom als tweede vaste begeleider is alles veel efficienter en stabieler geworden, waardoor een degelijke uitbouw mogelijk werd.
  • De accommodatie werd grondig aangepakt, zodat we heel wat meer ruimte kregen, wat opnieuw de efficiëntie ten goede kwam.
  • Vandaag wordt gewerkt aan het opstellen van een nieuw programma voor de cluster 'sport en ontspanning' met de bedoeling onze middelen zo efficiënt mogelijk aan te wenden voor een zo groot mogelijke doelgroep.

Hilde Buysse
 

Sport

In 1986 werd de kiné en sportcel reeds opgestart in Doornzele. Ann was er toen al werkzaam als opvoedster in de toenmalige B-groep. Vanaf het begin werd er al gesport, gezwommen en werd er deelgenomen aan externe sportactiviteiten van Nasso Miva, van Zuster Bosco. Ook het sportkamp stond al op de agenda. Toen ook in Oordegem en in Blankenberge.
De begeleiding van de sportactiviteiten gebeurde toen niet door een sportbegeleider of kinesist, maar gewoon door de begeleiding die in de leefgroep die dag op dienst was. Toen de interim-functie van Ann ten einde liep werd haar gevraagd om een sportprogramma uit te werken. Er konden daaraan toen 24u/w besteed worden.
Zo deden de driewielers hun intrede, werden er contacten gelegd om te gaan paardrijden, gingen de bewoners voor het eerst naar de fitness, werd het zwemmen uitgebreid en werd het individueel kiné-programma op touw gezet. Eerst gebeurde dat op een kamertje boven, daarna in het tuinhuisje.

In 1992, het jaar van de verhuis naar Evergem, werd voor het eerst met de netbalploeg deelgenomen aan de Special Olympics.
Vanaf oktober 1992 kwam Isabelle Ann halftijds vervoegen.
Waar aanvankelijk de sport een aan de leefgroep gebonden activiteit was, werd kort nadien bij wijze van niveaugroepjes overgeschakeld naar 'sport op eigen niveau'. De sportgroepen werden vanaf dan samengesteld met bewoners uit verschillende leefgroepen. Dat maakte die groepjes wat kunnen betreft veel homogener en een ander voordeel was dat de bewoners elkaar op die manier ook leerden kennen. Het sociale aspect was hier dus ook belangrijk.

Toen nog later de jobbeurs werd gehouden werd bij de bewoners ook naar hun interesse voor sport- en bewegingsactiviteiten gepeild. Voor de allereerste keer konden de bewoners zelf kiezen of ze al dan niet nog aan sport wilden doen. Er werd zoveel mogelijk met hun individuele wensen rekening gehouden. Omdat gezondheid soms gebonden is aan lichamelijke conditie werd wel de vraag gesteld of het therapeutisch wel altijd verantwoord was dat een bepaalde bewoner ervoor koos om geen sport of bewegingsactiviteit meer te doen. Het gevolg van die meer vrije keuze was immers dat veel bewoners afhaakten van sport en zwemmen, terwijl die beweging net voor hun fysieke conditie wel nodig was. Bewoners schatten niet altijd op een juiste manier de gevolgen van hun keuze in. Bijvoorbeeld Christian Rummens koos er voor om geen sport- en zwemactiviteit meer te doen, waarna hij rugklachten kreeg en de vraag naar meer kiné voor hem het directe gevolg was. Die extra kiné's waren niet altijd evident. Het is dus nodig om een aantal bewoners blijvend te stimuleren om aan sport en beweging te doen, evengoed als dat voor ons het geval is.
Positief evenwel was dat een aantal bewoners zelf tot de conclusie kwamen dat ze door het wegblijven uit de sportactiviteiten wel iets misten. 3 bewoners kwamen na reeds korte tijd zelf vragen of ze toch niet weer konden toetreden tot het sportprogramma. Ze hadden niet goed ingeschat wat het betekende om niet meer deel te nemen. Één van hen was zelfs gemotiveerd omwille van het feit dat hij zelf voelde dat hij fysiek achteruit ging.

Er is ook een tijd een keuzeactiviteit sport geweest op woensdag van 17 tot 18 u. Die werd door Ann verzorgd, zonder bijkomende begeleiding. Bewoners konden kiezen om al of niet deel te nemen. Veel bewoners waren daar wel enthousiast over. Ann stond daar soms alleen met 22 bewoners van verschillend niveau.

Bij het opmaken van het laatste programma werden terug sportgroepjes op 'niveau' samengesteld omdat homogene groepjes toch beter functioneren als het sport betreft. Er werden ook 2 sportactiviteiten buiten de dagbestedingsuren gelegd, namelijk van 17 tot 18 uur. Die twee groepen konden vlot samengesteld worden. De samenstelling van de andere groepen (overdag) verliep iets moeilijker.
Isabelle verzorgt sindsdien ook nog het donderdagavondzwemmen.

Bij alle sportactiviteiten was het voordien steeds zo dat er vanuit de leefgroepen voor ondersteunende begeleiding werd gezorgd. Nu is die ondersteuning weggevallen omdat de uren die daarvoor (versnipperd) nodig waren, nu globaal toegekend zijn aan Tom en Geert. Een voordeel voor de bewoners is dat daardoor een zekere duidelijkheid ontstaat rond wie de sportactiviteit verzorgt. Het zijn nu altijd dezelfde mensen. Ook voor de leefgroep is het gemakkelijker omdat zij nu zelf niet meer moeten instaan voor die begeleiding. Er is ook meer garantie dat de sportactiviteit ook daadwerkelijk doorgaat. Bij verlof van Ann of Isabelle valt sport en zwemmen niet weg, behalve op donderdagavond. Die garantie stelt op zich wel een probleem. Daar er geen vervanging meer gevraagd wordt vanuit de groepen, staat de sportbegeleider bij verlof of ziekte van zijn collega er wel alleen voor. Voor het zwemmen kan dat betekenen dat er wel minder bewoners kunnen deelnemen. Voor de sportactiviteit betekent dit toch een verhoogd risico (als er iets voorvalt) en het alleen staan voor de groep bevordert de kwaliteit van de activiteit niet, zeker voor de zwakkere bewoners.
Daarenboven is het misschien ook wel jammer dat sommige sportieve begeleiders nu onthouden worden van die sportmomenten en hun bewoners niet meer zelf op dat terrein aan het werk zien. Wie zelf graag sport is er daardoor een beetje aan voor de moeite.
De aandacht voor het klaarmaken van de bewoners voor de sportactiviteiten en het op tijd komen van de bewoners zelf blijft een heikel punt en is zeker niet verbeterd in het nieuwe systeem. De betrokkenheid van de begeleiders bij de sport is gedaald.

Wat betreft de toekomst moeten nog een aantal denkpistes uitgewerkt worden:

  • Inschakelen van vrijwilligers
  • Aanbod voor ouder wordenden
  • Keuzenamiddagen voor sport - beweging met aandacht voor een aanbod voor de zwakkeren
  • Combinatie sport-vrije tijd en het ontwikkelen van een 'vrije-tijdscel'
  • Betrekken van individuele begeleiders in het globaal aanbod sport en beweging
  • ...
kiné
Wat betreft de kiné is er ook een enorme evolutie geweest. Vooreerst ging het aantal kinesisten van 1 naar 2 en werden in een veel later stadium ook zelfstandige kinesisten ingeschakeld.

Alle bewoners waarvan werd gedacht dat ze het niet zo erg zouden vinden om behandeld te worden door een zelfstandig kinesist, werden uit handen van Ann en Isabelle gegeven. Daarna veranderde de wetgeving een aantal keer, zoadat zelfstandige kinesisten (alles moet op voorschrift) toch minder kiné-beurten (van 60 nr 18) konden geven dan eerder voorzien. Daardoor kwamen een aantal bewoners opnieuw in handen van Ann en Isabelle.

Nog later ging de regeling met de E-pathologie in voege. Enkel de bewoners die in dat kader een goedkeuring krijgen, hebben nog recht op dagelijkse kiné.

Wegens persoonlijke beroepsactiviteiten kon de zelfstandige kinesist geen bijkomende behandelingen meer op zich nemen, wat bij dringende aanvragen vaak voor problemen zorgde.

Sinds juli 2003 is dan ook de samenwerking begonnen met een tweede zelfstandige kinesist. Hierdoor zijn de meeste van ons bewoners van 3 naar 5 keer kiné per week kunnen overschakelen.

In de lijn van het emancipatorisch kader van de laatste jaren zijn er ook een aantal bewoners die ervoor kiezen om hun behandeling door een kinesist buitenshuis te laten verzorgen.

Sported employment
Van bij de start van het nieuwe programma in 2002 zijn we in het kader van de emancipatorische visie, op zoek gegaan naar aansluitingsmogelijkheden voor onze bewoners bij het reguliere sportcircuit. Deze zoektocht verloopt heel moeizaam. Verenigingen en sportclubs zetten hun deuren niet zomaar open.

Bovendien zien we dat deelname aan groeps- en competitiesport veelal te hoog gegrepen is.

Daarom dachten we aan het opstarten van Unified Sportsgroepen, waarbij personen met en zonder beperkingen in één sportgroep terecht kunnen. Zelfs dit verloopt niet zonder problemen. Het is vooreerst niet gemakkelijk om valide personen te vinden die soms met onze bewoners willen samen sporten. Hiertoe werd een brief opgemaakt die aan familie, personeel en aan openbare gelegenheden. Het is ook een probleem om andere instellingen warm te maken deel te nemen aan sportactiviteiten met een 'unified' ploeg.

Van de verschillende ploegen die we contacteerden bleef er slechts 1 ploeg over. Van de twee afgesproken voetbalmatchen is er ook maar één kunnen doorgaan omdat de begeleiders van een instelling niet als vrijwilliger mochten meekomen omdat ze binnen die instelling als werknemer niet vrijwillig mochten werken.

Sinds eind april 2004 gaan Suzanne en Myriam sporten in Ten Hove. In het kader van integratie hebben we reeds verschillende activiteiten gedaan samen met de bewoners van het bejaardencentrum. Dit wordt zowel door onze bewoners als door de bejaarden zelf als positief ervaren.
 

Begeleid Werk

We zagen dat bij mensen die al aan begeleid werk deden, dit werk langzaam doodbloedde.

Inge hanteert deze methodiek erg systematisch. Inge neemt deel aan een Vlaams Platform, waar o.a. wordt besproken wat de wettelijke mogelijkheden zijn, want de maatschappij en de wetgeving moet ook de kans tot begeleid werk bieden. Vb. ook hoe in orde zijn voor de sociale inspectie? (die interpreteert misschien het 'vrijwillige' begeleid werk als zwartwerk, vooral dan in de privésector). Om die reden wordt vaak naar een andere vzw toe gewerkt.

Er wordt een cliëntvolgsysteem gebruikt. Inge krijgt vragen binnen: die bewoner wil dit of dat doen, haalbaarheid moet door haar worden onderzocht, ...

Begeleid werk veronderstelt dat mensen zelfstandig tot de plaats van werken kunnen geraken.
 

Logistieke ondersteuning

Logistieke ondersteuning van de cliënten met begeleiding van het logistiek personeel is al meerdere jaren een feit.

In 2003 sinds het nieuwe programma is er nu een opvolging met uren vanuit de dagbesteding. Dit houdt in dat een dagbestedingsbegeleider coördineert, oplossingen zoekt bij problemen en zorgt voor een evenwicht binnen het programma van de cliënt. Dus als jullie iets opmerken dat wijst op problemen of het niet correct volgen van de logistieke ondersteuning, gelieve dit te melden aan mij.

Logistiek medewerker wordt als een volwaardig atelier beschouwd d.w.z. dat de cliënt dit als hoofdmodule of bijmodule kan kiezen in zijn programma. De regels in verband met verlof nemen zijn hetzelfde.

Er is logistieke ondersteuning in de keuken, wasserij, leefgroepsafvalophaling en het secretariaat.

Logistieke ondersteuning en restaurant
Heb zelf de indruk dat de cliënten content zijn.
Vraag naar de leefgroepen: als er iemand van de bewoners signalen geeft dat ze geïnteresseerd zijn in logistieke ondersteuning, gelieve dat door te geven aan mij. Er is een nijpend tekort aan goede krachten bij de logistieke diensten.

Restaurant
Zijn op zoek naar een manier om het restaurant dagelijks open te houden.
Met wie ???? Waarschijnlijk stagiairs.
Voor welk publiek en hoe het inhoudelijk te werk zal gaan, moet nog bekeken worden.
 

Uitwisselingsprojecten

Dit project houdt in dat er een samenwerking is sinds 2003 met het dagcentrum OBRA. Het is de bedoeling dat er nog andere voorzieningen aangesproken worden.

We hebben al contact gehad met het M.PI., maar het had een ander resultaat: Brigitte kan daar begeleid werk doen 1 dag per week.

Door de uitwisseling wordt de diversiteit vergroot zonder zelf een atelier te moeten inrichten. De begeleiding gebeurt op afstand en er kan dus gemakkelijk ingegaan worden op een dagbestedingsvraag van de cliënt. Dit projekt is vooral gericht naar cliënten die buiten Den Dries willen gaan werken maar om de één of andere reden voldoende begeleiding nodig hebben en dus minder gemakkelijk de weg naar begeleid werk vinden

Voorbeelden

  • Benny en Alex komen eke dinsdagmiddag bij ons in het restaurant eten.
  • Greta werkt in de wereldwinkel.
  • Mario R. en Erwin V.M. werkt in de tuin bij OBRA.

Begin februari is er een evaluatie geweest. Over het algemeen was dat positief langs beide partijen. Knelpunten zijn vooral vervoersproblemen.
Obra en wij zoeken naar een oplossing.

Binnenkort gaan we op zoek naar andere voorzieningen om onze uitwisselingen uit te breiden.
 

Catering

Vanuit het Wad gaan we met een aantal cliënt gaan helpen bij een paar organisaties om de catering te verzorgen. Het is ook al gebeurd dat we interne catering verzorgen zoals bij het Socrates- project. We zijn aan het onderzoeken of het haalbaar is voor de werking van het Wad om privé caterings te verzorgen ( we hebben die vraag al gehad voor vb. lente- en communiefeesten, tuinfeesten ).

Catering-opdrachten hebben al een groot integratief nut, maar met die privé opdrachten hopen we dit nog te verhogen. Dit zijn opdrachten die begeleid worden vanuit het Wad en daar ook hun impakt op hebben. Daarom zouden we met een jaarplanning werken. Daar kunnen ook cliënten aan deelnemen die niet echt zelfstandig kunnen werken zoals bij begeleid werk.
 

Het WAD

In het Wad komen 48 gasten van Den Dries en 2 van Obra werken.
In het Wad hebben onze cliënten dus bewust voor een grote module (4 dagdelen) of een bijmodule (2 dagdelen) gekozen. Sommige cliënten komen 6dd. (vb Brigitte).

We merken na 3 jaar dat er hier bij een groot aantal sprake is van jobidentificatie.
De cliënten komen toe, gaan naar hun plaats en doen hun werk vb. Willy assembleert electriciteitsonderdelen. Hij doet dit werk 2maal /week.
Luc V.H. kiest voor duivenringen of nagels in plastiekjes steken.

Bewoners met minder mogelijkheden komen 2maal /week naar het Wad. Guy P. 3maal.
Meestal hebben deze gasten op de eerste plaats behoefte aan senso en komen zij aanvullend in hun weekprogramma naar het Wad. Zij vormen dus een uitzondering op de invulling via modules.
Het gaat hier om de volgende cliënten: Dominique (2x),Bas (1x), Christiaan (1x), Frank (2x), Myriam (2x), Frank D. (2x), Guy ( x) en Wim (1x).
De meeste van deze bewoners zijn niet aktief in onze ateliers. Voor hen is de verandering van omgeving en mogelijkheid tot sociaal contact van primair belang.

Bewoners met hoofdmodule en of bijmodule Wad:
Het repetitief karakter van het semi-industrieel werk oefent een grote aantrekkingskracht uit bij deze cliënten. Dit houdt in dat ze een grote zelfstandigheid hebben in hun werk. Vooral routine-matige aktiviteiten dus het steeds herhalen van eenzelfde handeling, daar houden zij van. Ter verduidelijking de begeleiding ziet erop toe dat zij op een zo hoog mogelijk niveau functioneren. Er zijn veel gradaties en variaties binnen deze aktiviteiten.

Bijvoorbeeld: Arthur wordt aangemoedigd om vijsjes in te draaien i.p.v. duivenringen te doen. Hij wordt gestimuleerd om mee te helpen aan mailings

Opsomming van werkjes:

  • etiketten klevzen
  • brieven in enveloppen steken
  • vouwen
  • ringen op stroken steken
  • vijsjes indraaien
  • nagels in plastieken bevestigen
  • stempelen via reklamedrukwerk
  • leveringen vervoeren en meerijden, helpen bij laden en lossen.
Hiernaast zijn er projecten opgestart:
  • fimoparels rollen
  • kettingen rijgen
  • mozaïek knippen, plakken
Hiervoor komen Lieve, Wendy V., Caroline, Johan S. en Sabine vooral aan bod.
Van januari tot mei werden we gevraagd om de ene opdracht na de andere uit te voeren voor een drukkerij met daartussenin nog eens de krantjes voor de kledingophaling die gans de maand maart in beslag nam. De jassen van Van Wiemeersch was een opdracht van buitenuit en zorgen voor een echte werksfeer.
Paletten worden aan-en afgevoerd, camionetten en auto's worden af en toe geladen en gelost, de gang naar de ateliers liggen afgeladen vol. De gasten worden hier bij betrokken en doen ook hun praatje met de mensen van buitenaf ( integratie ). Het nadeel van sommige opdrachten is dat ze soms van hoog niveau zijn en ten tweede dat ons projecten op de lange baan worden geschoven

Zoektocht naar het S.I.W.
In het begin waren het voornamelijk duivenringen die moesten geplooid en opgestoken worden. Wij vonden dat te eentonig werk, met de nadruk op 'wij'. De meeste bewoners die vinden dat niet, we moeten er echt op toezien dat het geen automatisme wordt, vooral bij de hoger niveau gasten.
Via via zijn we bij Sibel terecht gekomen. Werkjes in verband met haartooi. Deze firma had een zeer gevarieerd aanbod, zowel voor de hoger als lager niveau gasten. Dit werk zijn we kwijtgeraakt omdat we een te gering aantal deden. Aangezien we tamelijk veel en goed werk kregen was het programma daarop gebaseerd. We hebben geleerd dat we niet van één firma afhankelijk mogen zijn. Vandaar onze massale mailing naar een 100tal bedrijven. Dit had als resultaat dat we montage werkjes kregen van Mortier (een groothandel van verlichting), Van Wiemeersch (stempelwerk), kabel en lusterklemmetjes van Plasicolor uit Antwerpen. Dit zijn allemaal bedrijven die ons geen tijdsdruk opleggen.
We krijgen ook regelmatig opdrachten van een drukkerij, wat meestal opdrachten zijn met een grote tijdsdruk.

Besluit:

  • Geen tijdsdruk (zo weinig mogelijk)
  • De handelingen moeten overeenstemmen met de mogelijkheden van de bewoners (die kunnen soms zeer beperkt zijn). Vandaar dat het niet zo evident is dat we constant opdrachten krijgen van de bedrijven.
De integratiemogelijkheid vanuit het Wad kent zijn beperkingen omdat het onwettig is om onze bewoners in bedrijven te laten werken. Dit voorstel werd ons door Mortier aangeboden.

Vervoer
De verplaatsing van cliënten naar Wippelgem gebeurt met het atelier-busje, met het openbaar vervoer en door sommigen per fiets (Peter D.B. en Mario).
Christa H. rijdt met een tweede busje naar Wippelgem elke dag. Iedere ateliermedewerker van het kunstatelier en het Wad zorgt voor het vervoer. Bij verlof worden vervangingen onderling geregeld. Vroeger was er voor iedere medewerker een half uur voorbereidingstijd, deze is omgezet in tijd voor vervoer wat zeker een nadeel is. Het komt erop neer dat elke Wadmedewerker gemiddeld zes maal per week vervoer moet verzorgen, hetzij voor Wippelgem, hetzij voor het uitwisselingsproject (Obra) Tot nu toe is er nog een gedeelde vervoersregeling met de begeleiders van het kunstatelier maar in de toekomst zal dit wijzigen aangezien het kunstatelier een andere lokatie zal toegewezen krijgen.
 


· contact · route · nieuwsbrief ·
 
wonen
woonvernieuwing
residentieel
ambulant
het Stuww
satellietwonen
begeleider
werken
werking
clusters
medewerkers
historiek
jaarverslag
info & contact
formulier afwezigheden cliënten
formulier verlofaanvraag personeel
jobs & vacatures cliënten
kalender dagbesteding
vrije tijd
er op uit
fuifcomité
discobar Arthuro
Rock voor Specials
algemeen
visie
beleidslijnen
opnamebeleid
contact & info
route
ABC van Den Dries
lijsten
naslagwerken
organisatie
organogram
raad van bestuur
staf
gebruikersraad
netwerkondersteuning
(para)medische dienst
administratieve dienst
technische dienst
wasdienst
poetsdienst
keuken
werkgroep rouwen
werkgroep relaties en seksualiteit
feestcomité
vrijwilligerswerking
actueel
nieuws
kalender
vacatures
links
Nieuwsflash
Infodries
nieuwsbrief

Copyright © 2010 - 2012 Den Dries vzw          website: Kapot Telraam